Rijksuniversiteit Groningen mocht hoogleraar ontslaan

In maart van vorig jaar schorste de RUG drie medewerkers van de faculteit der Letteren omdat vermoeden bestond dat publiek geld (subsidiegeld en collegegeld van studenten) dat bestemd was voor de RUG niet (rechtstreeks) bij de universiteit terecht is gekomen maar weggesluisd is naar stichting Noha groningen. Het gaat om een bedrag van 1,2 miljoen euro. 

Na onderzoek deed de universiteit begin dit jaar aangifte van (subsidie)fraude en valsheid in geschrifte. Tegelijk is beslag gelegd op het banktegoed van de stichting. Hoogleraar Joost Herman werd ontslagen, aan twee andere medewerkers zijn “ernstige waarschuwingen” uitgedeeld. Collega’s geloven echter dat Herman niet met opzet gefraudeerd heeft en zelf zegt hij dat ook.

Dit laatste maakt volgens de kantonrechter niet uit. Hij had het oprichten van de stichting Noha Groningen niet gecommuniceerd naar de RUG toe, waardoor de universiteit geen controle had over de gelden die naar die stichting toe zijn gegaan. Ook “heeft hij de RUG de mogelijkheid onthouden om zelf te beslissen over de wijze waarop die gelden zouden worden besteed”, aldus de rechter. 

De rechter is van mening dat Herman “beslissingen heeft genomen en uitgevoerd die zodanig indruisen tegen de belangen van de RUG, dat van de RUG in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren”, ondanks zijn lange en uitstekende staat van dienst.

Door: Nationale Onderwijsgids





KLIK HIER voor de bron van dit bericht